Select Page

De meeste rokers zijn te vinden onder de 25- tot 45-jarige mannen met een lager opleidingsniveau. Met 52 procent rookt meer dan de helft van deze groep. Van de hoogopgeleide mannen in deze leeftijdsgroep rookt 22 procent.

Van de 25- tot 45-jarige vrouwen rookt ruim een derde van de laagopgeleiden, tegen iets meer dan 10 procent van de hoogopgeleiden.

Zwaar roken, meer dan twintig sigaretten per dag, komt vooral voor onder laagopgeleiden. Onder hoogopgeleiden komt dat amper voor, aldus het CBS.

Ieder jaar stoppen meer mensen met roken dan mensen die ermee beginnen. In 1989 zei 38 procent van de 25-plussers te roken, in 2016 was dit 24 procent. De verschillen in rookgedrag tussen mensen met verschillend opleidingsniveau worden wel steeds groter. 

Verschillende dalingen

In 1990 rookte 38 procent van de laagopgeleide 25-plussers, 40 procent van de middelbaar opgeleiden en 34 procent van de hoogopgeleiden. Uit cijfers van 2016 en 2017 blijkt dat van de laagopgeleiden 27,1 procent rookt, van de middelbaar opgeleiden 25,7 procent en bij de hoogopgeleiden is dit nog maar 15,6 procent.   

In bijna drie decennia is de daling dus het sterkst bij de hoogopgeleiden (18,4 procent). En waar het percentage rokers eerst het hoogst was bij middelbaar opgeleiden is dat nu het geval bij laagopgeleiden. De daling bij middelbaar opgeleiden is 14,3 procent, laagopgeleiden blijven relatief achter met een daling van 10,9 procent.    

Onder laagopgeleiden worden door het CBS mensen verstaan met hooguit basisonderwijs, vmbo, de eerste drie jaar havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).

Middelbaar opgeleid ben je met havo/vwo, een basisberoepsopleiding (mbo-2), een vakopleiding (mbo-3) of middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4). Wie hoogopgeleid is, heeft hbo of wetenschappelijk onderwijs afgerond.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je ‘s nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!

, Read More